teervoet boekje

1. Vertel iets over Baden Powell

bp.jpg

Baden Powell werd op 22 februari 1857 in Londen geboren, als zoon van een wiskundeprofessor. Op school bleek BP geen bolleboos te zijn, hij zag meer in het beoefenen van sporten en avonturen beleven in de natuur . Na zijn middelbare school koos hij voor een carrière in het Britse leger, in die (koloniale) periode een wereldomvattend bedrijf . Als generaal voerde hij opdrachten uit in India, Afghanistan en Zuid-Afrika, waar hij beroemd werd als verdediger van het stadje Mafeking tijdens de “Boerenoorlog”.

Ondertussen schreef hij verscheidene boeken en één ervan, “Aids to Scouting” (een handboek voor militaire verkenners), bleek aan te slaan bij een totaal onverwachte groep. Hij merkte dat vele jongeren zijn handboek gebruikten om allerlei spelen mee te verzinnen. BP besloot om op de ingeslagen weg verder te gaan en organiseerde in juli 1907 een eerste kamp voor de jeugd op Brownsea Island, aan de Zuidkust van Engeland: “scouting” als jeugdbeweging was geboren!

De gebeurtenissen volgden elkaar snel op: een nieuw boek (“scouting for boys”), een tweede kamp in Northumberland en een eerste waterkamp in Buckler’s Hard, Hampshire (1908). Ook de Girl-Guides beweging werd opgericht, eerst onder leiding van bp’s zuster Agnes, en later van zijn echtgenote Olave St.Clair-Soames.

In 1910 werd te Brussel de eerste scoutsgroep op het vaste land opgericht. De eerste federatie werd, Boy-Scouts van België (=BSB) genoemd, waaruit later FOS is ontstaan. Lord Baden Powell verkreeg de eretitel “Chief Scout of the World”. Hij stierf op 8 januari 1941 en werd begraven in Kenia, aan de voet van de Mount Kenya. Zijn levenswerk bloeit echter als nooit tevoren: over de ganse wereld zijn er ongeveer 38 miljoen scouts en gidsen.

2. Geef vlot en correct de wet en belofte

De scoutswet is een soort overzicht van welke waarden wij als scouts appreciëren. Natuurlijk is het ook de bedoeling dat je deze punten in de praktijk probeert om te zetten. Je zal zien dat het kwaliteiten zijn die jij ook apprecieert bij je vrienden. De wet zeg je altijd luid, duidelijk en op volgorde op (het is trouwens ook makkelijker iets op volgorde te leren).

  • Een scout/gids is eerlijk
    Eerlijk zijn moet voor een scouts of gids vanzelfsprekend zijn. Door eerlijk te zijn, bewijs je je betrouwbaarheid en bouw je bij tot een goede groepssfeer. Gebruik je woord dan ook niet licht, een belofte kom je na, of je maakt ze niet. Vertel je mening rechtuit en niet achter de rug van anderen om, zo sta je steeds recht in je schoenen. Steeds de waarheid spreken vergt moed, maar een scouts of gids deinst daar niet voor terug.
  • Een scout/gids eerbiedigt de overtuiging van de anderen
    Er zijn heel wat overtuigingen in de wereld en steeds meer leven we in een multiculturele maatschappij. Al die verschillen zijn een bron van rijkdom, luister naar andere overtuigingen, proef ervan, misschien vind je wel iets dat je aanspreekt. Heb respect voor al de overtuigingen van anderen, probeer ze te respecteren, maar laat je ook niet van je eigen overtuiging brengen, ook jouw overtuiging verdient immers een plaats. Er zijn ook overtuigingen die stellen dat hun idee beter is dan een andere, zulke overtuigingen zijn geen eerbiediging waard.
  • Een scout/gids maakt zich nuttig
    Wees behulpzaam, niet enkel voor je eigen patrouille, troep of eenheid, een scouts of gids staat immers met beide voeten in de grote wereld en is niet eng van geest. Als je ergens in je omgeving hulp kan bieden, aarzel dan niet om dat te doen, ook al zou je liever even iets anders doen, de voldoening die je krijgt door anderen te helpen, is zoveel meer waard.
  • Een scout/gids is een vriend van allen
    Iedereen kan je vriend zijn. Dat betekent natuurlijk niet dat iedereen je beste vriend moet zijn, maar wel dat je anderen op een positieve, vriendschappelijke manier benadert. Ongeacht het geloof, het ras, de leeftijd, de nationaliteit of rijkdom van iemand, je benadert hen op dezelfde, vriendschappelijke manier, zonder een onderscheid te maken. Een scouts of gids kijkt nooit neer op iemand, omdat die bijvoorbeeld armer, bruiner of minder slim is dan jezelf.
  • Een scout/gids is vriendelijk en hoffelijk
    Vriendelijk zijn doe je tegenover iedereen. Je leiding, de andere leden van je tak, je ouders, maar ook vreemden, mensen die je nooit eerder zag of mensen waarmee je niet zo goed overeen komt. Hoffelijk zijn is ook een vorm van vriendelijk zijn, en schuilt in kleine gebaren. Iemand voor laten, in plaats van te drummen, iets oprapen dat iemand laat vallen, een gevonden gsm terug bezorgen, een goede verliezer zijn en de winnaar feliciteren,… De dankbaarheid en de glimlach op het gelaat van de andere zal je deugd doen en je draagt zo een steentje bij tot een wereld waarin het leuk is om te leven.
  • Een scout/gids kan gehoorzamen
    Een groep kan pas functioneren als een er reglementen of wetten zijn. Die afspraken dienen het algemeen belang van de groep en dus is het belangrijk dat je ze respecteert. De geest van de wet is altijd belangrijker dan de letter. Dat betekent dat je best kritisch mag nadenken over regels, het doel, het waarom van de regel is wat we belangrijk vinden, niet het blindelings respecteren van elke opgelegde wet. Kunnen gehoorzamen betekent vertrouwen hebben in de leiding en in zichzelf, dus dan komt dat het algemeen belang ten goede.
  • Een scout/gids staat open voor de natuur en is milieubewust
    Het milieu en de natuur zijn cruciaal en zijn in deze tijden steeds meer bedreigd. Wees je voortdurend bewust van deze problematiek en draag je steentje bij tot de oplossing. Wie goed sorteert en afval zo veel mogelijk vermijdt, vermindert zijn last op het milieu. Denk na over hij JIJ iets kan doen voor het leefmilieu, neem de fiets als het kan, laat nooit lichten of verwarming onnodig branden, gooi afval in de juiste vuilnisbak en zeker niet op de grond, laat dieren met rust, beschadig nooit een levende plant of boom en noem maar op.
  • Een scout/gids houdt vol
    Het kan verleidelijk zijn te stoppen als het lastig wordt, maar vluchten van een probleem is nooit een oplossing, het probleem aanpakken is de boodschap. Slagen of niet is niet het allerbelangrijkste, het is de moed om door te gaan die telt.
  • Een scout/gids is ijverig
    Door hard te werken en je verantwoordelijkheden na te komen, draag je bij tot een goede en sterke groep. Wees niet lui, wat jij niet doet, moet immers door iemand anders gedaan worden en dat gaat in tegen de scoutsgeest. Doe dus jouw deel van het werk en weest niet bang om iemand anders te helpen als jouw taak er op zit. Samen werken en dan samen rusten en genieten creëert de hechtste vriendschappen.
  • Een scout/gids is zelfbewust en heeft eerbied voor zichzelf en de anderen
    Zelfbewust zijn, betekent dat je bewust bent van je sterktes en je zwaktes, van de dingen die voor jou belangrijk zijn, van de manier waarop je over komt en de invloed die je hebt op je omgeving. Het heeft dan ook rechtstreek te maken met eerbied voor jezelf, verloochen niet wie je bent en laat je persoonlijkheid niet onderdrukken door groepsdruk of eisen van buitenaf. Jij mag er zijn, zoals je bent en dus mag je dat tonen. Verwacht van anderen respect voor wie je bent en toon ook respect voor de eigenheid van de anderen, slechts met een wederzijds respect voor elkaars unieke persoonlijkheid, kan er echt, oprecht contact tussen mensen ontstaan.
  • Belofte: Ik beloof te trachten:
    goed samen te werken in onze groep
    te leven naar de scouts- en gidsenwet en mijn overtuiging
    anderen te helpen waar ik kan

3. Leg de delen van de patrouillewerking uit

de scoutsgroet

Betekenis: De drie gestrekte vingers stellen de drie punten van de belofte voor. De duim die de pink bedekt staat voor de sterkte die de zwakkere beschermt.

De linkerhand: Waar ook ter wereld, als scouts of gidsen elkaar tegenkomen, geven ze elkaar een linkerhand waarbij de pinken dooreen gestrengeld zijn. Het gebruik van de linkerhand verwijst naar een oude Zoeloegebruik. Deze gaven de linkerhand omdat ze in hun rechterhand hun wapens vasthielden.

de vierkantsformatie

De vierkantsformatie is een handige manier op elke activiteit duidelijk te openen en te sluiten. Zo weet iedereen wanneer de activiteit precies begonnen is en wanneer je naar huis kan. Maar daarnaast is het ook het ideale moment om enkele scoutswaarden in herinnering te brengen.

127980660_3abe4c4daf.jpg

Eerst wordt de eenheidsleuze (200e-de vleermuis) samen geroepen om ons eraan te herinneren dat we samen één groep vormen. Dan gaan we de verschillende groepen (nesten of patrouilles) af om te laten zien dat binnen die ene groep verschillende kleinere groepjes bestaan. Daarna worden de takkreten geroepen om de kernbelofte van elke tak niet te vergeten (voor jvg’s: steeds bereid). Dan komt de wet, waarvoor per tak iemand waarvan de leiding zeer tevreden is naar voor wordt geroepen . Die zegt dan luidop de wet op (zodat iedereen duidelijk kan horen wat de wet nu precies inhoudt). Daarna sluit de vierkantsformatie af met praktische mededelingen en een “breek het gelid“.

Het is belangrijk dat iedereen stil blijft en in het gelid blijft staan tot de vierkantsformatie voorbij is. Op die manier kan alles vlot en snel verlopen en kan je vlugger aan de activiteit beginnen. Tijdens de vierkantsformatie hou je je handen op de rug en de benen licht gespreid. Dit is een oud gebruik dat de Vleermuizen graag in ere houden.

uniform

De redenen waarom we een uniform dragen en de betekenis van alle kentekens vind je hier.

eenheidsstructuur

organigram2.jpg

EL: EenheidsLeider
TL: TakLeider
Akela: TL van een horde welpen
Moder.: moderators begeleiden de seniors

NL: NestLeider (welp)
nest: groepje van zo’n 7 welpen
PL: PatrouilleLeider (JVG/VG)
patr: patrouille, groepje van zo’n 7 JVG/VG’s

de verschillende raden
  • eenheidsraad:een vergadering van alle leiders van de eenheid, geleid door de EL
  • takraad: een vergadering van alle leiders van dezelfde tak, geleid door de TL
  • troepsraad: een vergadering van alle leden van één tak samen met hun leiding, geleid door de TL
  • ereraad: een vergadering van de leiding, de PL’s en soms de APL’s van één tak, geleid door de TL
  • patrouilleraad: een vergadering van alle leden uit dezelfde patrouille, geleid door de PL.

4. Ga vlot om met kaart en kompas

5. Vertel waarom en hoe je als scout de natuur moet beschermen

De mens heeft de natuur altijd belast maar sinds een paar honderd jaar wordt die belasting echter zodanig groot dat de natuur ernstig beschadigd wordt. Rivieren zijn ernstig vervuild, bossen worden gekapt, soorten uitgeroeid en tot overmaat van ramp warmt de aarde zienderogen op.

Als scouts vervuilen we de natuur ook. Op kamp gaan is een ernstige belasting voor de natuur errond, de houtvuren stoten onnoemelijk veel CO2 uit, de hudo’s zorgen voor een veel te hoog zuurgehalte in de rivieren,… Toch willen we als scouts de plek waar we zoveel tijd in doorbrengen beschermen. Daarom is het belangrijk dat je als teervoeter begrijpt hoe jij je steentje kan bijdragen om moeder natuur te beschermen. Grofweg zijn er drie zaken die je kan doen om de natuur te helpen.

  • planten en dieren, bossen en rivieren beschermen
  • de klimaatverandering beperken
  • vervuiling en verspilling voorkomen

1463601384_75481a953d.jpg

Ga zélf opzoek naar zaken die jij in je dagelijks (scouts)leven kan doen om deze zaken te verwezelijken. De website van WWF helpt je alvast op weg.

6. Schat afstanden in dmv de persoonlijke maat

Een bijzonder handig hulpmiddel bij het bepalen van de afmetingen van iets, zijn je persoonlijke maten. Als je bijvoorbeeld weet dat jouw gespreide hand van de top van je duim tot de top van je pink 16cm bedraagt, kan je veel gemakkelijker bepaalde afstanden en oppervlakten schatten. Als je nu je matenkennis niet alleen beperkt tot je gespreide hand, maar uitbreidt tot andere lichaamsdelen, dan beschik je steeds over een gemakkelijk meettoestel.

Enkele handige maten zijn te zien op onderstaande figuur. Meet deze en onthoud ze als je persoonlijke maten (je kunt ze ook invullen.) Voor één ding moet je wel opletten: controleer regelmatig of deze maten nog kloppen want vergeet niet dat je nog elke dag groeit!

persoonlijkematen1.jpgTussen duim en pink:……….
Tussen duim en wijsvinger:……….
Tussen elleboog en middelvinger:……..
Tussen schouder en middelvinger:……..
Tussen de grond en je midden:………
Je lichaamsmaat:………..
Tussen de grond en je middelvinger:….
Je persoonlijke pasafstand:…….

Om een bepaalde afstand te kunnen schatten is het noodzakelijk dat je weet wat je persoonlijke pas is. Om dit te weten kun je best eens tellen hoeveel stappen je zet op een afstand van 100m, en dan 100 delen door het aantal stappen. Daarbij gebruik je normale stapafstand, probeer dus niet om zo groot mogelijke stappen te zetten. Ook de ondergrond speelt hierbij een grote rol: op mul zand zal je automatisch kleinere passen nemen dan op een harde ondergrond. Houd daar dus rekening mee.

7. Pas de beginselen van de EHBO toe

91233124_64f5d4da24.jpgBij scoutsactiviteiten streven we altijd naar een optimale veiligheid. Helaas kan er zo nu en dan iets mis gaan. Daarom is het belangrijk dat je weet hoe te handelen in deze situaties.

Gaat het om een ernstig ongeval (beenbreuk, serieuze bloeding, flauwvallen, …), waarschuw dan zo snel mogelijk de EHBO post (bv op kamp) of een dokter. In noodgevallen kan je ook het nummer 112 bellen. Verplaats het slachtoffer enkel als dat nodig is voor de veiligheid!

Hieronder vind je enkele gevallen die je zelf kan behandelen:

8. Gebruik bijl, mes, zaag en schop op een veilige manier

bijl
  • Zorg ervoor dat er zich niemand in je directe omgeving of hakrichting bevindt
  • Hak nooit op leunend hout, steeds op steunend hout anders veert de bijl weg
  • Als je hout hakt gebruik je steeds een houten hakblok
  • Houdt hem stevig vast (met 1 hand) en zwaai de bijl in een boog, die naar jouw gevoel natuurlijk is
  • Gebruik niet teveel kracht, het gewicht van het bijlijzer volstaat om in het hout te dringen
  • Hak niet loodrecht in het hout, maar met slagen, die een hoek van 45°links en rechts maken
  • Zorg er steeds voor dat je handen en je voeten zo geplaatst zijn dat ze niet door de bijl kunnen geraakt worden als je per ongeluk het hout mist en de bijl doorzwaait
  • Ben je klaar met hakken, berg dan de bijl op in een hoes of sla ze in een blok hout, zodat de hele snede weg zit.
  • Sla een bijl nooit in de grond
  • Je draagt een bijl met de snede naar voor, terwijl de steel tussen de wijsvinger en de ringvinger gevat wordt.
  • Geef nooit een bijl door met de steel vooruit. Door zijn gewicht zou het ijzer in het been van je kameraad kunnen terecht komen
  • Draag nooit een bijl in je broeksriem
mes

Denk eraan dat je een mes aanschaft voor praktische doeleinden en niet als vorm van machtsvertoon. Knipmessen, vlindermessen, dolken, … zijn dus uit den boze. Een mes met een te groot lemmet zal eerder hinderlijk zijn dan praktisch en is bovendien gevaarlijk ook. Een zakmes met veel accessoires kan handig zijn als je je mes door en door kent. Meestal gebruik je die accessoires zelden of nooit en zijn ze dus overbodig. Net zoals een bijl kan een mes flink gevaarlijk zijn als je het op een verkeerde manier gebruikt. Houd daarom steeds volgende regels in acht:

  • Wanneer je met een mes iets snijdt, moet je dit doen met de arm dicht tegen het lichaam gedrukt
  • Snij van je lichaam weg en nooit ernaartoe. Ook nooit in de richting van anderen
  • Gooi nooit met een mes
  • Hak nooit met een mes: dit gaat ten koste van je snede
  • Steek je mes nooit in de grond, het zal gaan roesten
  • Indien je je mes niet gebruikt zorg dan dat het proper en veilig is weggeborgen
zaag

De kleine boomzaag, die we bij de scouts gebruiken, is onregelmatig getand en snijdt in beide richtingen. Enkele tips voor een goed gebruik:

  • Laat de zaag gelijklopend heen en weer bewegen, zonder veel kracht uit te oefenen
  • Zorg dat het hout, dat je wilt doorzagen van de grond ligt; bv op een boomstam rust
  • Zaag niet tussen twee steunpunten, je zal de balk toeknellen
  • Het vijlen en zetten van de zaag laat je beter aan vakmensen over
schop

Je gebruikt een (plooi) schopje om graszoden te spitten, grachtjes rond je tent aan te leggen, een afgietputje te graven, een jagersvuur aan te leggen, … Voor het grotere werk (bv het graven van een hudo put) gebruik je een spade. Een schop dient dus niet om takjes van een boom af te slaan of tentharingen in de grond te kloppen. Enkele tips voor een juist gebruik:

  • Plaats de schop, desnoods met behulp van je voet, een beetje schuin in de grond en keer de hoeveelheid aarde om.
  • Als je voelt dat je teveel kracht moet aanwenden om de grond om te keren, wring dan niet, maar stop en herbegin door je schop minder diep te steken. De steel van je schop is immers zeer breekbaar daar waar hij aan het ijzer vastzit.
  • Bij een plooischopje goed uitkijken dat er geen zand in het draaimechanisme geraakt.

9. Leg de zes knopen en de kruissjorring

Je moet de kruissjorring en pikkelsjorring kennen en de volgende zes knopen vlot kunnen leggen en vertellen in welke situaties ze handig zijn.

1462821021_57057e0f10.jpg

10. Maak vlot en veilig vuur in droge omstandigheden

Kampvuur aanmaken

Om een open vuur aan te leggen kies je een geschikte plaats. Uiteraard doe je dit niet tussen struiken en midden in een bos maar kies je een open terrein. Als je op kamp bent zorg dan ook dat je ver genoeg van de tenten en shelters verwijderd bent, deze zijn namelijk zeer brandbaar. Maak de ondergrond schoon en zorg ervoor dat alle brandbare materialen in de directe omgeving verwijderd zijn. De graszoden die je uitstekt leg je best omgekeerd rond je vuurplaats.

89889864_df7e1044ac.jpg

Verzamel op voorhand voldoende hout, zodat je het brandende vuur niet alleen moet laten. Kies daarvoor droog en dor hout. Alle hout dat je nog kan buigen, omdat er nog sap inzit, is groen hout en geeft bij het verbranden enkel rook. Om het vuur aan te steken gebruik je best dun naaldboomhout (sprokkelhout) of berk, waarmee je een kleine piramide bouwt. Eens het vuur brand, ga je over op dikker loofboomhout zoals de es, eik of beuk. Bij regenweer, als het sprokkelhout nat is, ga je best schilfers afsnijden van dikker hout. Deze schilfers vatten gemakkelijk vuur en éénmaal goed op dreef, zal het natte hout vlug drogen. Let wel: het is niet de vlam, maar de gloeiende as die hitte oplevert.

Bepaal de windrichting, zodat je weet naar welke kant de vlammen en de rook zullen gaan. Steek je vuur steeds aan langs de windzijde, waar je geen last zal hebben van de rook en de vlammen. Zorg ervoor dat de wind een beetje door je vuur kan spelen.

Tafelvuur maken

Een tafelvuur biedt twee grote voordelen:

  • Bij regenweer kan het niet vol lopen met water
  • Je hoeft je niet voortdurend te bukken om te stoken of om in de potten te roeren

Val niet in het andere uiterste door het tafelvuur zo hoog te pionieren dat je niet meer in de potten kan kijken. Een tafelvuur wordt altijd gemaakt op maat van de kleinste uit de patrouille (de ideale aanzethoogte voor een tafelvuur is ongeveer 60 cm).

  1. Sjor het geraamte met kruissjorringen en breng eventueel schuine balken aan ter versteviging of zorg ervoor dat de 4 verticale balken stevig in de grond zitten
  2. Leg er als bedekking graszoden op, met het gras naar onder. Maak je graszoden dik genoeg! Op die manier kunnen de steunbalken niet verkolen
  3. Op deze “vloer” van graszoden plaats je de nodige stenen wallen, bedekt in modder
  4. Als laatste leg je de roosters op de walletjes
Vuur doven

Besprenkel je vuur met water en zand. Giet er niet direct een hele watervoorraad over uit. Indien er nog grote houtblokken aan het branden zijn, verspreid die dan en doof ze één voor één. Begraaf geen brandende takken en gooi geen hete as weg. Indien, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, er toch brand zou uitbreken, probeer het vuur dan te doven met water of aarde en sla het brandende gras uit met dun, groen hout of stamp het uit met je voeten. Dooft het vuur nog niet waarschuw dan de hulpdiensten. Verlaat nooit een vuur vooralleer je zeker weet dat het gedoofd is.

11. Bereid een goede maaltijd voor de patrouille

Bij dit puntje zal je je eigen creativiteit moeten laten werken. Hieronder staan er wel enkele nuttige tips in verband met de scoutskeuken.

  • Alle eetwaren worden op een schaduwrijke plaats bewaard
  • Etenswaren die snel bederven (vlees & zuivel producten) moeten steeds naar de frigo
  • De kok zorgt ervoor dat zijn handen gewassen zijn en zorgt voor een schone plek om het eten op voor te bereiden
  • Op alle potten past een deksel, het eten zal vlugger koken en er zal geen vuil in terecht komen
  • Braden doen we steeds op gloeiende as, niet op een hevig brandend vuur
  • Zet niets op de grond

89891203_e31091521f.jpg

12. Opzetten van een patrouilletent

Het techniekenteam is nog op zoek naar foto’s van een patrouille die op een correcte en vlotte manier een patrouilletent opzet (foto’s kan je mailen naar info@devleermuis.be).

13. Pak verstandig je rugzak voor de 2daagse

Om een tocht zonder al te veel problemen vol te houden, moet je streven naar een gewicht beneden 11 kg, inclusief rugzak. Wat je voor die 11 kg moet kiezen, hangt af van de aard van de tocht (zelf koken of niet, tenten of binnen slapen, aantal dagen,…) en van je persoonlijke voorkeur. Toch enkele gouden tips:

  • kousen heb je nooit genoeg bij
  • reservekleding altijd te veel (neem liever wat waspoeder mee)
  • een paar lichte sloffen is ideaal op ’s avonds je voeten te luchten.

Eens je keus gemaakt is, moet je dit alles nog op een goeie manier inpakken. Daarbij gelden 4 regels. Ten eerste moet je zware stukken zo hoog mogelijk in je rugzak stoppen. In principe moet het zwaartepunt van je rugzak op dezelfde hoogte komen als het zwaartepunt van je lichaam. Als je zware dingen te veel onderaan stopt, belast je je rug veel meer. Als je denkt dat het een moeilijke tocht wordt met veel evenwichtswerk (door een rivier gaan bijvoorbeeld), verlaag dan het zwaartepunt door de zware lasten onderaan te steken. Zo verminder je de kans op vallen. Ten tweede moet je materiaal bereikbaar blijven. Dingen die je regelmatig nodig hebt (bv. drinkbus, poncho) moet je kunnen nemen zonder daarvoor je halve rugzak leeg te maken. Een rugzak met een paar onderverdelingen en zijzakken biedt hier mogelijkheden. Je kan je gerief in de grote binnenzak ook verpakken in enkele kleine plastic zakken. Zo kun je zware stukken die je niet veel nodig hebt (bv. reservebroeken) toch boven in je rugzak stoppen. Je moet dan slechts een paar pakken verwijderen om dieper liggend materiaal te bereiken.

89878647_e818473c0f.jpg

Heel belangrijk bij het laden van een rugzak is het evenwicht. Zorg ervoor dat het gewicht goed links en rechts verdeeld wordt. Niets is zo vervelend als een rugzak met al het water links en het wc-papier rechts. Dat zorgt echt voor scheefgegroeide situaties.

Bengelende bottines, een klotsende drinkbus of geblakerde gamel die volgens je stapritme heen en weer zwieren, leveren wel een romantisch beeld op maar zijn totaal uit den boze. Ze verhinderen een vlot bewegen, brengen je uit balans bij bruuske bewegingen… en doen je zo in een beek eindigen. Je rugzak moet een compact geheel vormen zonder al te veel uitsteeksels of bulten. Dit verbetert niet alleen je aérodynamisch profiel maar voorkomt ook dat je spullen (ook in je rugzak) nat worden. Een compact geheel kan je namelijk veel beter afsluiten.

14. Leg je expressie opdracht met succes af

1462763385_7b35c89b00.jpg

Nadat je al je proeven hebt afgelegd krijg je de kans om je eens goed te laten gaan. Zing eens een liedje, dans een volksdans, tap moppen, … Het maakt niet uit wat je doet, zolang het maar de hele groep amuseert!