kruissjorring
De kruissjorring wordt veel toegepast. Een kruissjorring wordt gebruikt om twee palen aan elkaar vast te maken die niet meer van stand hoeven te veranderen. Je kunt deze sjorring ook gebruiken, als de palen niet loodrecht op elkaar staan. De kruissjorring is uitstekend geschikt voor het maken van dwarsverbindingen en kan veel kracht verwerken, als hij tenminste goed wordt uitgevoerd.

Je begint de kruissjorring met een mastworp of een timmermanssteek op de vaste balk. (je kan voorslagen en constrictorknopen gebruiken voor extra zekerheid)

Komt de druk op de horizontale paal van boven, dan komt de worp of knoop net onder de horizontale paal om de verticale paal te zitten.

Je slaat het touw om de palen. Bij de horizontale balk komen de slagen binnen elkaar en bij de verticale paal buiten elkaar te liggen.

Doe dit tot 5 keer. Trek steeds strak aan en behoudt spanning.

Daarna ga je wurgen. Je slaat het touw tussen de palen door om de slagen heen.

Deze wurgingen trek je zeer strak aan.

Je maakt 3 of 4 wurgingen afhankelijk van hoeveel ruimte er is. De wurgingen moeten netjes naast elkaar liggen en dus niet elkaar afknellen.

Je eindigt met een mastworp op de ‘losse’ balk, om je spanning hierbij niet te verliezen leg je eerste een halve steek (zoals in de tekening). Die houdt de spanning lang genoeg om je mastworp te leggen. Je kan ook iemand vragen om met de duim de spanning even te houden.