De legende

Je hoeft niet alle tekens op de kaart van buiten te kennen, er is een legende en die mag je dan ook gebruiken. Toch moet je basistekens zoals hoogtelijnen en de verschillende soorten wegen onmiddellijk herkennen. Voorzichtigheid is echter de beste raadgever, overmoedigheid is gevaarlijk. Als je tekens, lijnen of woorden op de kaart niet onmiddellijk herkent, of je bent niet zeker, controleer dan steeds de legende. Door een teken op de kaart te negeren of verkeerd te interpreteren kan je immers verkeerd lopen of het kan leiden tot gevaarlijke situaties. Als je bijvoorbeeld een hoogtelijn verwart met een bospad, zal je in de problemen komen.

Kijk steeds rond als je kaart leest en kijk naar de details. Is het bos achter je een loofbos, een naaldbos of een gemengd bos?; is dat kapelletje te vinden op de kaart?; dat kruispunt?: het beekje?; de kilometerpaal langs de weg?;… Tijdens het kaartlezen moet je je voortdurend afvragen of je nog juist bent, dat doe je door rond je te kijken en te controleren of je hetzelfde terug vindt op je kaart. Gebruik hierbij op een vlotte manier je legende.