De coördinaten van een punt bepalen
De methode is gelijkaardig aan de vorige, maar dan omgekeerd. Kijk eerst in welk vakje het punt zich bevindt. Kijk welke lijnen op de X en de Y-as het vakje bepalen en noteer telkens de laagste van beide lijnen. Een voorbeeld: Als het vakje in de lengte ligt tussen de lijnen 5 48 en 5 49, noteer je 48. De 5 (staat kleiner gedrukt op de kaart) negeren we. Hetzelfde principe pas je toe op de breedte. Noteer deze cijfers en let erop dat je reeds de X eerst noteert en daaronder de Y.
Je zet vervolgens de hoek van de schaal op de roomer op het punt van de kaart waarvan je de coördinaat zoekt. Lees op de roomer het snijpunt tussen het vakje en de horizontale as van de schaal af, dit is het laatste getal van de X. Lees vervolgens het snijpunt tussen het vakje en de verticale as van de schaal af, dit is het laatste cijfer van de Y. Je coördinaat is nu gevonden. Hier moet je goed opletten, denk na of het logisch is waar je het getal schrijft. In de X-cijferreeks toon je hoever naar rechts het punt ligt (bvb. 20 op de roomer), in de Y-reeks hoever naar het noorden (bvb. 70 op de roomer).
X: 48 20
Y: 41 70
Om jezelf te controleren, zoek je best de gevonden coördinaat nog eens op de kaart, of nog beter: je laat het door iemand anders doen. Als je dan op hetzelfde punt komt als hetgeen je oorspronkelijk moest zoeken, kan je gerust zijn dat het juist is.