Coördinaatstelsels

Deze pagina is er voor wie meer wil weten over de coördinatenstelsels. Als je gewoon met scoutscoördinaten wil leren werken: klik hier.

Met de stafkaarten die we courant gebruiken bij de Vleermuis, kunnen we in principe in 3 verschillende coördinatensystemen werken: Het gradenstelsel, het Lambert-vierkantennet en het UTM-grid. Dit zijn slechts 3 van honderden bestaande coördinatensystemen in de wereld, maar ze verschaffen meer dan voldoende inzicht.

Het gradenstelsel en het vierkantennet (hier Lambert) zijn 2 verschillende systemen. UTM werd ontwikkeld door het Amerikaanse leger, als handige synthese van beide.

Het Gradenstelsel

Het eerste stelsel situeert zich ten opzichte van de evenaar en de nulmeridiaan (Greenwich). Deze coördinaten worden in graden uitgedrukt, dit komt omdat de wereld een bol is. Dit systeem is wereldwijd bekend. Wellicht heb je wel al eens gehoord van OosterLengte (OL) en NoorderBreedte (NB), in de wiskunde heet dit systeem bolcoördinaten. Eigenlijk is dit het enige eenvoudige systeem om locaties op een bol te beschrijven.

bolcoordinaten

Eerst wordt de breedteligging gegeven: dit is het aantal graden-minuten-seconden boven (NoorderBreedte=NB) of onder (ZuiderBreedte=ZB) de evenaar. Dit is dus een getal tussen 90° (=noordpool) en -90° (ofte 90°ZB = zuidpool)

Voor de Oost-West plaatsbepaling werden een nulmeridiaan gekozen. Deze is een lijn die loopt van noordpool tot zuidpool, door het plaatsje Greenwich (Engeland). Ten opzichte daarvan bepaalt men de lengtegraad. Oosterlengte loopt tot 180° ten Oosten van Greenwich, Westerlengte tot 180° ten Westen. Dat is samen 360° = een volledig toertje ronde de aardbol.

In het gradenstelsel wordt steeds eerst de breedteligging gegeven, daarna de lengteligging. België ligt op zo’n  50°NB 4° OL

De coördinaten van Brussel zijn: 50°51′0″N 4°21′0″E , dit is een Engelstalige notatie (NB wordt N en OL wordt E, van East)

http://nl.wikipedia.org/wiki/Geografische_coördinaten

Lambert-vierkantennet

Het Lambert-vierkantennet (hangt ook samen met het Y-Lambert op de kaart), is een puur Belgische aangelegenheid. Het Nationaal Geografisch Instituut (NGI), waarvan we onze kaarten kopen, gebruikt dit. Het gradenstelsel levert steeds lastige coördinaten, het was moeilijk om er afstanden mee te bereken,… Daarom koos België ervoor een eenvoudiger coördinatensysteem in te voeren: een cartesisch assenstelsel.

Er werd een nulpunt gekozen, met een X-as en een Y-as. Dit nulpunt ligt in Noord-Frankrijk, de Y-as wijst nagenoeg naar het Geografische Noorden. Dit assenstelsel verdeelt België in vierkanten van één bij één kilometer, waarbij een coördinaat wordt gevormd door de afstanden tot de X-as en tot de Y-as.

Dit systeem is verre van perfect, omdat het aardoppervlak nu eenmaal geen vlak blad is. Maar omdat België zo klein is, is het goed genoeg voor onze kaarten.

Dit vierkantennet is niet uitgetekent op onze stafkaarten, maar de aanzet voor de rasterlijnen is aan de rand gegeven in lichtbruin. (natuurlijke getallen) De Belgische kaarten zijn trouwens nog steeds georiënteerd op de Y-as van het vierkantennet.

UTM-grid

Andere landen hadden gelijkaardige systemen zoals ons Lambert-vierkantennet. Het systeem was handig voor lokaal gebruik, maar je hebt in elk land een ander stelsel. Voor grote landen zoals Rusland, werkt het zelfs helemaal niet. Het enige wereldwijde systeem was het lastige gradenstelsel.

Tijdens de tweede wereldoorlog werkten Amerikaanse militairen een nieuw systeem uit: het UTM-grid. Ze verdeelden het aardoppervlak in stroken en gebieden. Het centrum van elk gebied kreeg een XY-coördinaat. Zó dat het Y-getal de afstand tot de evenaar aangeeft, en de X-coördinaten representeren een afstand in kilometers tot de Greenwich-meridiaan. Elk deelgebied kreeg een eigen vierkantennet, gelijkend op ons Lambert-vierkantennet. Doordat er voldoende deelgebieden zijn, en de basiscoördinaten dezelfde zijn, zijn de afwijking tussen naburige gebieden beperkt.

Zo is nabij de Belgische grens met Duitsland ook een overgang tussen twee deelgebieden. Indien je de coördinaat daar doorgeeft, maar je zou per ongeluk net over de grens van ons deelgebied staan, zal dit geen groot verschil geven. Als vroeger een Vleermuis daar een Belgisch Lambert-coördinaat zou hebben gegeven aan iemand met een Duitse kaart, ze zouden misschien honderden kilometers van elkaar terechtkomen.

Het UTM-grid staat in magenta-opdruk op onze kaarten, dit zijn de coördinaten die we bij de scouts gebruiken.

Gebruik bij de scouts

Het UTM-grid verdeelt onze kaarten in vierkanten van één bij één kilometer. Het gaat weldegelijk om een systeem met een soort X-as en Y-as. De correcte weergave is dus eerst de X, dan de Y. (En niet eerst NoorderBreedte en dan OosterLengte, zoals in het gradenstelsel)

We bepalen de coördinaten tot op een honderste van een kilometer, met behulp van een roomer. Daarbij beschouw je best de UTM-lijnen op de kaart als maatstreepjes op een X-as en een Y-as, waarbij we na de komma nog twee cijfers noteren (roomer nodig). Van de de getallen die aan de grid-lijnen staan, gebruiken we enkel de laatste twee cijfers (groot gedrukt). Ervoor staat doorgaans nog één of twee cijfers in het klein, die hebben we niet nodig.

Als notatie kozen we binnen de Vleermuis

X: XX xx
Y: YY yy

Dit wordt dan bvb.

X: 48 20
Y: 41 70

Andere FOS-eenheden (o.a. op Challenger) noteren dezelfde lokatie zo: 48204170. Dit is dus gewoon alles aan elkaar: XXxxYYyy

Het is steeds noodzakelijk daarbij het kaartnummer door te geven. Dit is omdat we de kleine getalletjes op de coördinaatassen genegeerd hebben. Gavere staat op stafkaart 22/5-6. Met die wetenschap kan je zeker weten dat de bedoelde locatie ons scoutslokaal is. Zonder het kaartnummer kan het voorbeeld precies 100km, 200km, 200km,… ten noorden, oosten, zuiden, westen van ons lokaal liggen.

Dit coördinaat is gemeten op een stafkaart van het NGI, met schaal 1/20000.
We geven het coördinaat door:

kaart 22/5-6
X: 48 20
Y: 41 70

Het is niet nodig de schaal te vermelden. De nummering van de 1/20000 en van die van 1/25000 is dezelfde. Als de ander een NGI-kaart zou hebben met schaal 1/50000, zal zijn kaart waarschijnlijk nummer 22 zijn, hierop staan het gebied van kaarten 22/1-2, 22/3-4, 22/5-6 én 22/7-8. Geen probleem.

Wat nu als de ander een totaal ander soort kaart heeft (niet van het NGI)? Als het een topografische kaart is, staat er wellicht ergens een UTM -assenstelsel op. Als je nu zeker wil zijn er niet exact 100km naast te zitten, moet je ook de kleine cijfertjes meegeven (die we steeds negeren). In ons voorbeeld staat er voor de 48 nog een 5je, en voor de 41 staat in het klein “56″. Het UTM-coördinaat wordt dan “5 48 20 Oost, 56 41 70 Noord”