Coördinaten zoeken op de kaart

Eerst en vooral moet je weten dat een coördinaat uit twee cijferreeksen bestaat. Een voorbeeldje:
X: 48 20
Y: 41 70
De eerste cijferreeks is steeds de X (oostwaartse afstand). De tweede cijferreeks is steeds de Y (noordwaartse afstand). Dit is een vaste volgorde, als je zelf coördinaten moet doorgeven zeg je dus altijd eerst de X!

Zoals je weet, loopt de X-as van links naar rechts en vindt je de getallen bovenaan en onderaan de kaart. Zoek de lijn die overeenkomt met de eerste twee getallen van de X (hier is dat 48). Op je kaart staat hiervoor nog een klein getalletje gedrukt (bvb. 5), dat negeren we. Kijk in welke richting de getallen oplopen (in België is dat steeds naar rechts). De coördinaat die je zoekt zal zich bevinden tussen de lijn die je net zocht en de volgende lijn.

Zoek vervolgens de lijn die overeen komt met de eerste twee getallen van de noorderbreedte (in het voorbeeld is dat 41). Op je kaart staat hiervoor nog een klein getalletje gedrukt (bvb. 56), dat negeren we. Kijk in welke richting de cijfers oplopen (in België is dat steeds naar boven). De coördinaat die je zoekt zal zich bevinden tussen de lijn die je net zocht en de volgende lijn. Als je de cijfers van de X en die van de Y combineert, zie je dat er maar één vakje over blijft waarin de coördinaat kan liggen!

Leg nu je roomer links onderaan dat vakje, met de punt van de juiste schaal op de linker onderhoek van dat vakje. Verschuif vervolgens de punt naar rechts zodat het snijpunt van de horizontale as van de schaal met het vakje overeenkomt met het laatste getal van de X (hier 20). Je roomer bevindt zich nu op X: 48 20. Verschuif de roomer vervolgens omhoog tot het snijpunt van de verticale as van de schaal met het vakje overeen komt met het laatste getal van de Y (hier 70). Je roomer bevindt zich nu ook op Y: 41 70. De punt van je schaal op je roomer toont nu het punt dat je zoekt.

Oude uitleg:

Eerst en vooral moet je weten dat een coördinaat uit twee cijferreeksen bestaat. Een voorbeeldje:
5 48 20 OL
56 41 70 NB
Het eerste cijfer is steeds de lengtegraad, er staat ‘OL’ achter, wat Oosterlengte betekent. Het tweede cijfer is steeds de breedtegraad, er staat ‘NB’ achter, wat noorderbreedte betekent. Dit is een vaste volgorde, als je zelf coördinaten moet doorgeven zeg je dus altijd eerst de lengtegraad!

Zoals je weet, loopt de lengtegraad van links naar rechts en vindt je de cijfers bovenaan en onderaan de kaart. Zoek de lijn die overeenkomt met de eerste twee cijfers van de lengtegraad (hier is dat 5 48). Kijk in welke richting de cijfers oplopen (in België is dat steeds naar rechts). De coördinaat die je zoekt zal zich bevinden tussen de lijn die je net zocht en de volgende lijn.

Zoek vervolgens de lijn die overeen komt met de eerste twee cijfers van de noorderbreedte (in het voorbeeld is dat 56 41). Kijk in welke richting de cijfers oplopen (in België is dat steeds naar boven). De coördinaat die je zoekt zal zich bevinden tussen de lijn die je net zocht en de volgende lijn. Als je de cijfers van de lengte en die van de breedte combineert, zie je dat er maar één vakje over blijft waarin de coördinaat kan liggen!

Leg nu je roomer links onderaan dat vakje, met de punt van de juiste schaal op de linker onderhoek van dat vakje. Verschuif vervolgens de punt naar rechts zodat het snijpunt van de horizontale as van de schaal met het vakje overeenkomt met het laatste cijfer van de lengtegraad (hier 20). Je roomer bevindt zich nu op 5 48 20 OL. Verschuif de roomer vervolgens omhoog tot het snijpunt van de verticale as van de schaal met het vakje overeen komt met het laatste cijfer van de breedtegraad (hier 70). Je roomer bevindt zich nu ook op 56 41 70 NB. De punt van je schaal op je roomer toont nu het punt dat je zoekt.

coördinaten van een punt bepalen