brandwonden verzorgen
Er is één algemene regel bij brandwonden: Onmiddellijk 15min onder lauw water houden (eerst water, de rest komt later). Brandwonden kunnen we in drie graden onderverdelen:
1ste graad brandwonden
Enkel de opperhuid is rood. Het volstaat de plek met een goede brandzalf te bestrijken en er gaasverband op te leggen.
2de graad brandwonden
- A) Gesloten blaar.
Enkel open te maken als het slachtoffer er last van heeft. In dit geval enkel openprikken als je steriel kan werken.
Werkwijze:
- Was de huid, waar de blaar voorkomt, grondig.
- Ontsmet de blaar en omliggende huid.
- Ontsmet een naald in een ontsmettingsmiddel of in de vlam van een aansteker (zonder het zwart te verwijderen).
- Prik de blaar langs beide kanten open langs de rand, waarbij je de naald evenwijdig houdt met het huidoppervlak.
- Duw met een steriel gaasje het vocht uit de blaar.
- Ontsmet de uitgeduwde blaar en de wondjes, droog op met eosine en bedek eventueel met een droog gaasverband of een vetgaasje. - B) Open blaar.
Een open blaar moet men altijd als volgt behandelen:
- Knip met een ontsmette schaar de huid weg.
- Ontsmet de wonde grondig.
- Leg achtereenvolgens een vetgaas en een droog gaasdoekje op de wonde.
- Ontsmet en bedek elke dag opnieuw tot de huid volledig genezen is.
3de graad brandwonden
Zeer erge brandwonde, waarbij het vlees verkoold is. Deze wonden absoluut niet aanraken en onmiddellijk een dokter bijhalen.