2e klas boekje
1. Apenbrug

Aandachtspunten:
- beginpaalsteek: met veiligheidssteek, hoog genoeg
- spanknoop: ver genoeg van boom, juist gelegd, met tak, met kelf of musketon, hard aangetrokken, eerst rond boom, dan drie windingen en drie halve steken
- bovenkant: hoog genoeg
- spanknoop: rekening houden met rek (spanknoop ver van boom), musketon is vitaal!, aantrekken is veel moeilijker hier (zeer hoog), op spanknoop van zeemanstouw gaan staan om klimtouw op te houden
- oprollen zeemanstouw (op de grond, rond voeten van twee personen, opletten voor knoop!) en oprollen klimtouw (lofty-style)
- eventueel: hoogteverschil aanpassen dmv cordelette (touwen dichter bij elkaar trekken)
Praktisch
Hier vind je de basishandelingen in foto’s. We zullen hier later nog een tweede manier om een apenbrug op te spannen posten.
2. Shelter
In deze twee filmpjes (filmpje 1, filmpje 2) wordt duidelijk uitgelegd op wat je moet letten wanneer je een schuilplaats voorbereidt.
SAMENVATTING FILMPJES
- Regel van drie
3 minuten zonder lucht -> dood
3 uur onderkoeling -> dood
3 dagen zonder water -> dood
3 weken zonder eten -> dood- Warmteverlies
1: Conductie
2: Convectie
3: Straling
4: Ademhaling
5: Transpiratie

Als je sjorhout en een shelterzeil ter beschikking hebt raden we een constructie aan bestaande uit twee pikkels met een horizontale balk erover. Het zeil gaat aan één kant naar de grond en aan de andere kant omhoog als luifel. Je spant het geheel aan met scheerlijnen en verkortingsknopen. Om een stevige shelter te maken is de juiste plaatsing van piketten en lijnen heel belangrijk.
3. Oriënteer
Oriënteer je kaart en beschrijf nauwkeurig de weg van a naar b.
Aandachtspunten
- kaart met het noorden exact naar echte noorden adhv kompas (niet op gevoel)
- afstand kunnen geven van afgelegde weg: via vierkantennet (ruw geschat) en schaal (met touwtje)
- reliëf:stijgen, dalen, steil, zacht, … en: let op de schaal!
- omgeving schetsen
4. Coördinaten
Waar ligt a en geef de coördinaten van b. Dit is eigenlijk een herhaling van de teervoet.
Aandachtspunten:
- juiste schrijfwijze! bv.5530 8270 (uiteraard eerst x (aflezen bovenaan of onderaan), dan y (aflezen links of rechts))
5. Azimut
Bereken de azimut van a naar b en stippel een gegeven azimut vanuit a uit.
Aandachtspunten:
- punt a en b worden opgegeven (adhv coördinaten of omschrijving) en de azimut van a naar b wordt gevraagd
- tweede punt: waar kom je terecht als je vanuit punt a x aantal meter azimut y stapt
- azimut en tegenazimut
6. Bepaal je positie
Bepaal je positie aan de hand van twee merkpunten.
Aandachtspunten:
- vraag: je bent ergens op deze weg en je ziet een kerkje op azimut x; bepaal je positie
- vraag: je bent ergens op deze kaart en je ziet een kerkje op azimut x en een toren op azimut y; bepaal je positie
7. EHBO
Nog uit te schrijven…
8. Zwaar ongeval
De noodprocedure voor een zwaar ongeval blijft dezelfde als die voor de teervoet. Er wordt van je verwacht dat je ze moeiteloos beheerst en op elk moment kan toepassen. Reanimatie-technieken komen niet aan bod in de 2e klas maar elke scout wordt natuurlijk aangemoedigd om deze levensreddende skills onder de knie te krijgen.
9. Wet en de belofte
Geef de wet en de belofte, exact en in juiste volgorde! Het is minstens even belangrijk dat je in je eigen woorden kan vertellen waar elk punt voor staat.
WET
# Een scout/gids is eerlijk
# Een scout/gids eerbiedigt de overtuiging van de anderen
# Een scout/gids maakt zich nuttig
# Een scout/gids is een vriend van allen
# Een scout/gids is vriendelijk en hoffelijk
# Een scout/gids kan gehoorzamen
# Een scout/gids staat open voor de natuur en is milieubewust
# Een scout/gids houdt vol
# Een scout/gids is ijverig
# Een scout/gids is zelfbewust en heeft eerbied voor zichzelf en de anderen
10. Spoor
De verschillende tochttechnieken met telkens een voorbeeldje vind je op deze pagina. Je moet elke techniek vlot kunnen gebruiken (zowel volgen als uitzetten).
11. Show met touw

Deze knopen en sjorringen moet je perfect kennen. Klik op de verschillende knopen voor meer informatie over hoe je ze moet leggen en waarvoor ze dienen.
Knopen:
- platte knoop
- paalsteek met beveiliging
- mastworp
- timmersteek
- schootsteek
- achtknoop
- dubbele achtknoop
- gekregen achtknoop
- losse strop
- ashley’s stopper
- paalsteek in de bocht
- prussikknoop
- verkortingsknoop of trompetsteek
- (dubbele) zoeteliefjes
- spanknopen
- halve mastworp
Sjorringen:
Dit zijn nog enkele belangrijke technieken:
- klimgordel maken met cordelette/prusik
- een klimgordel aanpassen voor een welp/bever
- hoe boots je een aap (ascenseur) na?
- hoe rol je een klimtouw/zeemanstouw op?
12. Vuur in natte omstandigheden
Aandachtspunten:
- plaats: niet onder bomen, let op beschutting, …
- veiligheid: emmer water en zand bij de hand, schopje
- opbouw: drie soorten brandstof (tondel, aanmaakmateriaal, hoofdbrandstof), bodem maken (!!!), nat hout droog maken (met mes om binnenkant te bereiken, de rest zo opstellen zodat het droogt), eerst wigwam bouwen, trapsgwijs opbouwen, houthakkersvuur, stervuur
- houtsoorten

Ook bij regenweer moet er gekookt worden. Al het sprokkelhout dat je dan gebruikt is nat. Dik hout is echter droog. Je kan bovenstaande hulpmiddelen gebruiken maar ook volgende tips zijn niet te versmaden:
a) Van dikke takken snijden wij schilfers die wij in ons vuur losjes opstapelen. Deze schilfers vatten gemakkelijk vuur en zodra het vuur op dreef is, droogt het natte hout, dat wij voor het vuur leggen, vlug op. Nat hout bevat tot 50% water en geeft veel rook.
b) In plaats van veel lucifers te gebruiken kun je een stukje papier gebruiken dat tot een horentje is opgerold en dat je aan de breedste zijde aansteekt.
c) Onderaan sparren staan er dode takken hout die na 2 weken aanhoudende regen nog bijna droog zijn.
d) Leg een ‘vloer’ aan door middel van gekloven balken zodat het vuur niet meer op de natte grond ligt.
e) Bescherm een beginnend vuurtje tegen de regen.